Mauro Pawlowski overhandigde zijn bandgenoot Stephane Misseghers op een avond tijdens een dEUS-tournee zijn laptop en gaf hem carte blanche om in zijn archief te graven. Het kostte Stephane wel even tijd, want Mauro’s digitale archief is, naar verluidt, zo goed als oneindig. Maar op een gegeven moment stuitte hij op iets glansrijks en onmiskenbaars. Hij wist precies wie hij moest bellen: Bruno Coussée, bassist en zijn partner in het productieduo Scorpio Twins.
Samen begonnen ze vorm te geven aan tien nummers. Tien berichten uit de caleidoscopische verbeelding van een man die overal waar hij kijkt verwondering, verlangen en humor vindt.
Het titelnummer zet de toon. Een Nobelprijswinnaar valt van zijn fiets, steekt zijn duim omhoog en de zon breekt door de wolken. Twee mensen lopen verder zonder te praten, zich prima voelend. In een tijd waarin elk cultureel gebaar maximaal volume, onmiddellijke verontwaardiging of ten minste een behoorlijke doorklikratio lijkt te vereisen, keert Pawlowski die logica volledig binnenstebuiten en laat het aanvoelen als een radicale daad. Dit zijn liedjes over de liefde die je besluipt terwijl je naar de bus rent, over seksuele spanning die zich langzaam opbouwt in een kunstgalerie, over het weerstaan van de drang om je liefde aan iemand te verklaren totdat het absoluut niet meer anders kan. Over een droom waarin blijkt dat je er liever voor kiest om te werken voor de persoon van wie je houdt dan met hem of haar te trouwen. Over ’s nachts fietsen en in jezelf zingen terwijl de rest van de wereld ruziet over het einde van de beschaving. Kleine momenten, alledaagse gevoelens. In de handen van Pawlowski is dat precies waar alles wat de aandacht waard is daadwerkelijk leeft.
De productie sluit naadloos aan bij de ambitie. Waar zijn vorige album ‘Eternal Sunday Drive’ nog doordrenkt was van de warmte van de jaren 70, hebben de Scorpio Twins de knop een decennium vooruitgedraaid. Ze hebben de plaat een volwaardige 24-karaats glans gegeven: weelderige, door de jaren 80 beïnvloede synths, baslijnen en een warmte die het geheel zowel tijdloos als volkomen uniek laat aanvoelen. Brianne Dunne, drummer van Daryl Hall & John Oates, is op een paar nummers te horen, net als Pol Coussée. Bruno’s neef, een Belgische saxofonist die via Londen in Toronto is beland en heeft samengespeeld met grootheden als Barry White en Isaac Hayes. Het is Pawlowski’s meest popgerichte werk tot nu toe: het geluid van een artiest die volledig met zichzelf in het reine is en de glamour in het onspectaculaire vindt.

