Pukkelpop dag 3 begon iets frisser als de 2 eerste dagen, maar hey, festivalgangers zijn net zonnepaneeltjes: ook bij weinig zon blijven ze vrolijk draaien. Starten en eindigen deze ze in Kiewit enkel met hoogtepunten! En het protest? Dat klonk zaterdag luider dan de bas in de Boiler Room.
The Atomic Orchestra trapte af met zoveel bombarie dat zelfs de duiven boven de Marquee even stil bleven hangen. Jo Hermans wisselde vlotjes tussen trompet en dirigeerstok, alsof hij auditie deed voor een muzikale multitaskwedstrijd. De strijkers lieten golven van geluid door de tent rollen, en de parade aan gasten begon: Gabriel Rios bij klaarlichte dag (dat alleen al was een statement), Baloji in outfit ‘Afrikaanse vrouw meets Perzische prins’, en ISE die achter de piano het publiek in een warme fleece van strijkers en hese vocalen wikkelde. Daarna: Amenra. Denk western-soundtrack, maar met doodsklokken en een muur van gitaren waar zelfs de Grote Muur van China u tegen zegt. Het werd donker, luid en episch. Brihang en Kaat Van Stralen zorgden voor de ademruimte, Goldband sloot af met een onuitputtelijke energie.
Op de mainstage mocht Ronnie Flex al om half drie de boel opwarmen. Hij was zo onder de indruk van de vroege meute dat hij eerst even een shotje vroeg. Of het van de zenuwen was of gewoon dorst, laat ik in het midden. Feit: hij deed het prima, liveband strak, zang verrassend goed (soms zelfs zonder autotune!) en de klassiekers Drank & Drugs en Loterij werden massaal meegeblerd. Het publiek stampte zo enthousiast dat er een stofwolk opstond die je eerder bij Burning Man verwacht.
Yong Yello stond voor zijn comeback in de Marquee. Geen tent die barstte uit zijn voegen, maar toch een warm onthaal. Na een paar nummers werd zijn naam al gescandeerd alsof hij de Antwerpse Messi was. Geen uitzinnige party, wel veel betekenis.
Buiten de Wave stond intussen een hele mensenzee aan te schuiven voor Kraantje Pappie. Hij klaagde dat hij maar een uurtje kreeg, maar in dat uur ramde hij er genoeg in om een tentvloer vol squats en springoefeningen te veroorzaken. Hoogtepunt: Pompen. En ja hoor, er waren mensen die het letterlijk namen. Dikke en Ronnie Flex kwamen ook nog mee het podium op. Het leek wel een reüniefeest in zijn eigen Feesttent.
Intussen bleek ook het WK karaoke in de E-rena een absolute voltreffer. De rij was langer dan bij de frituur na middernacht.
The Last Dinner Party nam het serieuzer. Ze projecteerden minutenlang een QR-code om geld in te zamelen voor medische hulp in Gaza. De show was charmant maar iets te braaf, tot slotnummer Nothing Matters eindelijk wat leven in de brouwerij bracht.
Kneecap deed wat iedereen al verwachtte: Gaza aankaarten, vingers wijzen naar de Belgische wapenleveringen, en tegelijk een feestje bouwen zoals alleen Ieren dat kunnen. Ze gooiden er punk, humor en pure chaos tegenaan. Hoogtepunt: de ode aan sniffer dogs die volgens hen “shite” zijn. Van protest naar pogo in vijf minuten tijd. Aan de Buzz stond plots Max Colombie bovenop een oude lijnbus. Zonder waarschuwing, gewoon hup, op het dak. Duizenden mensen stormden toe. Geslaagde verrassing, al hoop ik dat de verzekering niet meekijkt.
Dan was het de beurt aan Joost Klein. Normaal goed voor complete waanzin, maar deze keer leek hij iets van zijn glans verloren te hebben. Oude hits als Ome Robert en Albino werden snel afgewerkt, Europapa kabbelde wat en daarna volgde een bizarre mash-up met Nickelback (ja, Nickelback). Veel gabber, veel energie, maar minder hype.
Na zonsondergang werd het koud, maar Obongjayar bracht warmte in de Club met zijn stem die boterzacht is en tegelijk door merg en been gaat. Minpuntje: hij stopte tien minuten te vroeg. Amaarae in de Wave liep juist uit door technische hiccups, maar dat loste zich gelukkig snel op. Mk.gee en Royel Otis vielen uit, maar Arsenal en Sylvie Kreusch sprongen dapper in. Crisismanagement op z’n Pukkelpops.
Idles scheurden het hoofdpodium aan flarden. Met Palestina-slogans én alternatieve bangers, inclusief een knotsgekke versie van All I want for Christmas. In augustus! Whispering Sons hield het donker in de Club, maar damn, wat een sound en wat een stem van Fenne Kuppens. Limburg heeft naast vlaai nu ook wereldklasse in postpunk.
Headliner Macklemore deed wat Macklemore altijd doet: liefde rondstrooien alsof het confetti is. Waterpistolen, dansbattles, Belgisch voetbaltruitje… Alles om het publiek in te pakken. Hij speelde iets korter dan gehoopt, maar zijn headlineshow was een perfect pakketje: entertainment, boodschap én sfeer.
Voor het sluiten van de tenten moest er eerst nog gekozen worden… De Jeugd van Tegenwoordig, Paul Kalkbrenner en Netsky tegelijk. Geen verkeerde keuze mogelijk, maar je kon jezelf helaas niet in drie klonen (tenzij je Elon Musk heet). Hoe dan ook: de nacht was nog jong en de feesthonger groot. (PC)

