Terug naar de roots, recht in het hart
Na onze eerste kennismaking met Bunkpop vorig jaar — toen al een verrassend sterke editie op een al even charmante locatie — konden we niet anders dan terugkeren voor de editie van 2025. Want Bunkpop is geen gewoon zomerfestival. Het is een muzikaal samenzijn met een ziel. Voor amper 30 euro krijg je vijf bands, een bijzonder gezellige setting, een kraakheldere organisatie, én dat alles op een plek die meer aanvoelt als thuiskomen dan als een event.
Back to Bunker: nostalgie in elke hoek
Dit jaar keerde Bunkpop letterlijk terug naar zijn wortels. De iconische weide naast jeugdhuis Bunker in Glabbeek — waar alles ooit begon — vormde opnieuw het decor. En wat voor een decor: het terrein ademde geschiedenis. De vertrouwde feesttent, het binnenplein met cocktailbar, de informele chillzones — alles voelde herkenbaar aan zonder oubollig te zijn.
Wat deze editie extra bijzonder maakte? De inzet van generaties vrijwilligers. Jongeren die ooit als tiener hielpen opbouwen, stonden er nu opnieuw — vaak zij aan zij met hun eigen kinderen. Het resultaat: een backstage vol kameraadschap, herinneringen en gedeeld enthousiasme.
Crony & Chum: broederlijke blues met een rockrandje
De eer om de eerste noten over de vernieuwde festivalweide te laten klinken, ging naar Crony & Chum, een vijfkoppige band uit de regio Tienen/Hoegaarden. Wat begon als een samenwerking tussen broer en zus — Niel en Sarah Verdeyen — groeide uit tot een volwassen band met stevige muzikale fundamenten.
Hun stijl? Een boeiende mix van bluesy ondertonen, stevige softrock en hier en daar een indieflirt. De bluesinvloeden zijn iets minder prominent dan voorheen, maar de attitude is gebleven. Hoogtepunten uit hun EP zoals The Devil’s Hand, Trip to Ireland en de titeltrack klonken rauw en energiek, zonder de roots te verloochenen.
Frontvrouw Sarah sprong er het meest uit: met een podiumprésence die balanceert tussen bezeten en zelfverzekerd, tilde ze elk nummer naar een hoger niveau. In Sail hoorden we haar indrukwekkende bereik, terwijl Take Another Step (een cover van Steven Curtis Chapman) een zachtere, maar passende afsluiter was. Een band met potentieel die live nu al overtuigt.
DAUW: Nederpop met een droomlaagje
Als tweede act van de avond mocht DAUW het podium overnemen. Dit frisse Nederlandstalige popproject van Tom Verbeeck en Isabeau Addisu staat pas sinds kort in de spotlights, maar klonk live al verrassend sterk.
Denk: dromerige synths, energieke hooks en teksten die laveren tussen melancholie en hoop. Op hun debuut-EP Zweefvliegtuig (februari 2025) bouwen ze een herkenbare sonische wereld die live nog meer kleur kreeg. Met extra liveleden (drummer, toetsenist en op het einde nog een extra gitarist/zanger) klonk hun set vol en meeslepend.
De titeltrack Zweefvliegtuig voelde als een zomeravond met vleugels: dromerig, licht psychedelisch en onweerstaanbaar meezingbaar. Adem toonde hun introspectieve kant, met regels als: “Ik adem, ik adem, verzamel / Mensen om me heen, toch voelt het zo ijzig koud” — poppoëzie die blijft hangen. Zonder bracht opnieuw tempo en twinkelende synths, terwijl Voorbij wat donkerder klonk, maar daardoor extra diepgang toevoegde.
DAUW is misschien nog geen gevestigde naam, maar toont nu al dat ze pakkende, eigenzinnige songs kunnen maken met hitpotentieel. De vergelijking met Bazart is begrijpelijk, maar Tom en Isabeau voelen oprechter en minder gepolijst — en net dat maakt hen interessanter. Een band om te volgen.
De Mens: melancholie met punch
De Mens bewees op Bunkpop 2025 nog maar eens waarom ze al meer dan dertig jaar tot het hart van de Nederlandstalige rock behoren. Met hun rijke catalogus, literaire teksten en energieke sound speelden ze een zinderende set die voortdurend schakelde tussen kracht en kwetsbaarheid.
Ze openden met Waar is de liefde?, gevolgd door een strak Dit is mijn huis en het explosieve Sex verandert alles. Een adempauze kwam er met het ingetogen Sheryl Crow I Need You So, waarna de intensiteit weer opliep.
Opvallend: de cover van Ongewoon (Pommelien Thijs), die De Mens op unieke wijze naar zich toe trok. De klassiekers ontbraken uiteraard niet: Kamer in Amsterdam, Zonder verlangen, Genees Mij, Lachen en Mooi Zijn en Bijna…passeerden de revue, stuk voor stuk met de typische De Mens-signatuur: melancholie met een hoek af.
Ook Jeroen Brouwers (schrijft een boek) kreeg de verdiende aandacht. En in Gent en Maandag zorgden voor relativering en ironie.
De encore bracht Bemin me later, gevolgd door meezinger Irene, en sloot af met het frisse Ergens onderweg. De Mens bracht een evenwichtige, veelzijdige set. Ondanks enkele technische mankementen stond hier een band die blijft vernieuwen, blijft raken en met taal en toon weet te spelen als geen ander. Voor ons het absolute hoogtepunt van het festival.
Zornik op Bunkpop 2025: nostalgie die nog steeds vonkt
Na tien jaar radiostilte is Zornik terug — en dat op het juiste moment. Het is 24 jaar geleden dat Love Affair uitkwam, het startschot van een indrukwekkend parcours.
Op Bunkpop stond Buyse weer op het podium met de energie van twintig jaar geleden. De band speelde een set vol klassiekers — You Move Me, Believe in Me, Hey Girl — maar liet van hun comebackalbum Infinity amper iets horen. Enkel Little Liar haalde de setlist.
Het publiek bestond grotendeels uit trouwe fans; het jongere publiek bleef opvallend afwezig. Toch was de sfeer intens. The Enemy, Goodbye en Black Hope Shot Down klonken nog altijd krachtig.
Buyse blijft charmant in zijn combinatie van rockster en bescheiden Vlaming. Toch hangt de vraag in de lucht: hoe zit het met de vernieuwing? Zornik speelde op zeker, en hoewel het overtuigde, missen we een frisse impuls.
Zornik bracht exact wat hun fans verwachtten: herkenbaarheid, nostalgie en vakmanschap. Maar wie hoopt op een Zornik 2.0 kijkt reikhalzend uit naar wat nog komt.
Ramones Alive: punk leeft
Na de meer gestroomlijnde sets van De Mens en Zornik was het na middernacht tijd voor pure chaos: Ramones Alive bracht een rauwe punkshow die zowel een eerbetoon als een adrenalinekick was.
Frontman Marco Roelofs (Heideroosjes), drummer Bart Nederhand (Peter Pan Speedrock), bassist Harold Gielen (Legion Of The Damned) en gitarist Oeds Beydals (o.a. The Devil’s Blood) brachten geen brave coverband-sfeer, maar een eerlijke, vurige punkexplosie.
Ze openden furieus met Rockaway Beach en Teenage Lobotomy, gevolgd door Blitzkrieg Bop. De kreet “Hey! Ho! Let’s go!” galmde luid door de tent.
Opvallend was het publiek: een mix van jong en oud, zonder clichés, maar verbonden door een gedeelde liefde voor muziek.
De set was een non-stop punktrip: Psycho Therapy, Commando, Pet Sematary, Sheena Is a Punk Rocker, The KKK Took My Baby Away, I Wanna Be Sedated, Beat on the Brat — alles in sneltreinvaart.
De medley aan het eind (Cretin Hop, Judy Is a Punk, Bozo Goes to Bitburg, California Sun) en de afsluiter Surfin’ Birdbrachten de tent definitief op stelten.
Ramones Alive was geen nostalgisch nummertje, maar een bezield punkstatement. Punk is niet dood. Het stond gewoon iets later geprogrammeerd en het heette Ramones Alive.
Verslag: Jaak Geebelen, met dank aan Ela Williamsom voor de hulp bij de review.















































