caroline stond gisteren in de AB Club met een podium vol muzikanten. Het Britse achttal wordt vaak gelabeld als post-rock maar live blijkt hoe moeilijk die term is vast te pinnen. Het collectief maakt muziek die balanceert tussen stilte en chaos, schoonheid en kakofonie.
Wat meteen opviel was de constante blikuitwisseling. Acht paar ogen die elkaar zoeken om het herkenbare caroline-geluid te kunnen laten ontstaan. Dat intieme samenspel gaf de indruk dat elk detail intentioneel was. Op plaat klinkt caroline vaak toevallig, vol field recordings en imperfectie, maar live bleek hoe minutieus deze imperfectie geconstrueerd is.
De kracht van caroline is de manier waarop ze een muur van geluid kunnen optrekken die tegelijk fout en perfect klinkt. Ruw, menselijk, maar met een overduidelijk klassieke achtergrond. De stemmen waren broos, oneffen. Het contrast van autotune op één van de stemmen en de blazers, strijkers en gitaren voelde vertrouwd aan, compleet eigentijds. Een digitale foto van een berg. Een LCD-scherm in een bos.
Een hoogtepunt was Tell me I never knew that, het nummer dat caroline samen met Caroline Polachek opnam. Haar acrobatische stem werd nagebootst door de zangeres van de band, opnieuw met zwaar autotune. De Polachek-loze vertolking bracht opnieuw dat vertrouwde gevoel mee. De perfectie van de gezongen noten met krekels in de achtergrond.
Ook Coldplay cover kreeg een bijzondere uitvoering. Vooraf vertelde de zanger in gebroken Frans hoe de opname in een huis tot stand kwam. Een deel van de muziekanten speelden een nummer in de keuken, de rest speelde een ander nummer in de woonkamer. Live werd dit nagebootst door één handmicrofoon die over het podium bewoog. Het resultaat was een huiselijk, afstandelijk geluid dat opnieuw exact de magie van de plaat wist te evenaren.
Het contrast tussen oorverdovende muren van geluid en stiltes gaf de set zijn dynamiek. caroline bewees dat imperfectie niet het tegenovergestelde van schoonheid is, maar haar fundament. (Carlo Croes)

