Blues Peer 2026 was opnieuw zo’n festival waar je na drie dagen buitenwandelt met vuile schoenen, een schorre stem en het vaste voornemen om “volgend jaar echt wat rustiger te doen”. Wat natuurlijk compleet onmogelijk blijkt zodra de eerste gitaren beginnen te spelen en iemand met twee pinten richting festivalweide roept: “Kom, ’t is begonnen!”
De editie van dit jaar had alles wat Blues Peer zo geliefd maakt: een sterke affiche, een ontspannen sfeer en vooral veel muziek die recht uit het hart kwam. Internationale namen en Belgische artiesten liepen moeiteloos door elkaar, waardoor het festival nooit voorspelbaar werd. Je kon op één dag van pure blues naar stevige rock, soulvolle grooves en alternatieve vibes springen zonder dat het geforceerd aanvoelde.
The Scabs zorgden voor één van de absolute hoogtepunten van het weekend. Vanaf de eerste noten hing er elektriciteit in de lucht en stond het publiek massaal mee te zingen. Hun optreden voelde tegelijk nostalgisch en verrassend fris aan. Alsof iedereen plots terug in een oude concertzaal van de jaren negentig stond, maar dan met iets meer grijze haren en iets tragere knieën.
Ook DAAN bracht een indrukwekkende set. Strak, intens en met die typische mysterieuze flair die alleen hij kan neerzetten. Hij gaf het festival een donkerder, bijna filmisch kantje dat perfect werkte tussen al het bluesgeweld. Portland zorgde dan weer voor een meer dromerige sfeer en bewees dat gevoelige nummers perfect passen op een festival waar emotie centraal staat.
Wie van pure muzikale klasse hield, kwam volledig aan zijn trekken bij The Robert Cray Band. Hun optreden was een masterclass in bluesmuziek: technisch sterk, stijlvol en zonder één noot te veel. Bobby Rush bracht dan weer soul en groove alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor het goede humeur van de hele festivalweide. Zijn charisma werkte aanstekelijk en zelfs mensen die “eigenlijk maar half naar blues luisteren” stonden breed glimlachend mee te bewegen.
Joanne Shaw Taylor liet zien waarom ze tegenwoordig tot de absolute top van de moderne bluesrock behoort. Haar gitaarspel sneed door merg en been, terwijl haar stem tegelijk krachtig en breekbaar klonk. Ook Devon Allman Blues Summit bracht een set die liefhebbers van klassieke Amerikaanse southern rock volledig inpakte.
KALEO gaf het festival een modernere rocktoets en kreeg het publiek moeiteloos mee met hun stevige sound en meeslepende songs. Jake Bugg bracht dan weer een meer ingetogen, authentieke set waarbij je bijna vergat dat je op een festivalweide stond en niet in een gezellig café ergens diep in Engeland.
Daarnaast waren er nog tal van kleinere verrassingen. Delvon Lamarr Organ Trio zorgde voor heerlijk swingende grooves, Bette Smith bracht rauwe soul met bakken energie en Dusthorse bewees dat ook lokaal talent perfect overeind blijft tussen internationale namen. Net dat maakt Blues Peer zo sterk: je komt voor de grote namen, maar vaak onthoud je net zo goed dat onverwachte optreden waar je toevallig bleef hangen met een pint in de hand.
En dan is er natuurlijk nog die typische Blues Peer-sfeer. Geen overrompelende drukte, geen eindeloze wachtrijen of mensen die meer bezig zijn met filmen dan luisteren. Gewoon muziekfans die genieten van sterke optredens, lekker eten en zomerse avonden waarop iedereen nét iets vriendelijker lijkt dan anders.
Blues Peer 2026 bewees opnieuw dat een festival niet gigantisch hoeft te zijn om groots aan te voelen. Het was een weekend vol sterke concerten, warme sfeer en momenten waarop duizenden mensen tegelijk beseften hoe goed live muziek eigenlijk kan zijn. En ergens tussen de gitarensolo’s, de pinten en de meezingmomenten voelde Peer opnieuw even als het gezelligste dorp van België. (JV)

